De buurt als levenskeuze van 60-plussers

Onder het mom van ‘vroeger denken aan later’ peilde de Koning Boudewijnstichting bij zestigplussers naar de risicofactoren van het ouder worden. Een groot potentieel voor nabije zorg en buurtnetwerken kwam naar voren als één van de conclusies.

Risicofactoren

Op vraag van de Koning Boudewijstichting voerde het onderzoeksbureau Indiville uit Leuven onderzoek naar hoe zestigplussers -die niet hulpbehoevend zijn- aankijken tegen hun oude dag. Meer dan 2.000 Belgen werden hiervoor ondervraagd. Het doel was om vooral hun verwachtingen en bezorgheden in kaart te brengen. ‘We hebben bewust gekozen voor deze bevolkingsgroep. Ze hebben nog de mogelijkheid om verschillende keuzes te maken over hoe ze hun oude dag willen organiseren. Dit is minder het geval bij zestigplussers die hulpbehoevend zijn en al een keuze hebben gemaakt over hun oude dag’, zegt Gerrit Rauws, directeur bij de Koning Boudewijnstichting. De Stichting is dan ook van plan om deze survey als sociale barometer in de toekomst driejaarlijks te herhalen om een duidelijker zicht te hebben op de evolutie van hun visie.

Het buurtnetwerk als buffer

Een opvallend resultaat is dat ongeveer 68 procent positief tot zeer positief naar de toekomst kijkt. Het algemeen argument luidt dat men vooral uitkijkt naar een periode waar ze het rustiger aandoen, de rol van grootouder vervullen en tijd vrijmaken voor familie en vrienden. Wanneer sociale netwerken verkleinen met het vorderen van de leeftijd én iemands gezondheid het onverwacht laat afweten, is deze positieve ingesteldheid echter van korte duur.

‘De sociale problematiek van ouderen vermindert aanzienlijk als mensen op één of andere manier terugvallen op een sociaal netwerk’

Verder stelt Indiville vast:

‘De drempel om naar een kleinere of andere woonvorm over te stappen die meer aangepast is aan hun noden en behoeften is bijzonder hoog. Wie een huis bezit, wil daar in negen van de tien gevallen blijven wonen na zijn pensioen. Voor huurders is dat bijna zeven op de tien.’

De studie onderlijnt dan ook het groot potentieel van het sociaal netwerk bij senioren, en in het bijzonder het buurtnetwerk voor wie jonger is dan 75 jaar. Bijna twee op de drie respondenten (60%) geven immers aan dat ze bereid zijn om de handen uit de mouwen te steken voor hun buurtbewoners: iemand gezelschap houden, naar de supermarkt gaan of tuinieren. Ze willen zich nuttig opstellen in het buurtnetwerk. ‘Zelf voel ik me goed in mijn vel omdat ik nog nuttig kan zijn: ik ben actief als vrijwilliger bij een LGBT-organisatie en ik ga spreken in rusthuizen om taboes hierover te doorbreken’. Toch meent het merendeel dat ze niet op de hoogte zijn of een dergelijk buurtnetwerk reeds aanwezig is in de buurt. Dat kan verklaren waarom slechts 4 procent nu al deel uitmaakt van een netwerk.

Mobiel werken

De Koning Boudewijnstichting concludeert daarom dat buurtnetwerken belangrijk zijn om sociaal isolement te reduceren. Mobiel werken is een hefboom om zorg aan te bieden die gericht is op de buurt én om oudere mensen die thuis wonen te ondersteunen. Hierbij worden vrijwilligers en professionals actief betrokken buiten de context van de organisatie waarvoor ze werken.

Daarom ondersteunt ze projecten die dit toepassen, en initiatieven waardoor kwetsbare ouderen kunnen leven waar zij zich goed voelen, omringd door zorg en formele en informele diensten die aan hun behoeften tegemoet komen.