Oudere buren uit hun isolement halen doe je arm in arm

Buurtgerichte zorg vertaalt zich geleidelijk aan in meer maatschappelijke projecten. Zo ook bij Bras dessus Bras dessous, een buurtinitiatief dat twee jaar loopt in Vorst. Het project creëert en coördineert intergenerationele, multiculturele buurtnetwerken van solidariteit.

Hoe kan je ‘ageism’ te lijf gaan?

Zegt de term ageism je iets? Het betekent systematisch stereotyperen en discrimineren van ouderen. Het is niet alleen een onderzoeksthema in sociale wetenschappen, maar vooral een maatschappelijk probleem dat vergelijkbaar is met racisme en seksisme. Bijna niemand ontsnapt aan ageism, terwijl racisme bepaalde etnische achtergronden harder treft dan anderen en seksisme vooral van toepassing is op één gendertype.

Het voorbije jaren werden verschillende programma’s opgezet om dit probleem aan te pakken. Zo lanceerde de Wereldgezondheidsorganisatie in 2007 ‘age friendly cities‘. De directe omgeving van ouderen is aangepast aan hun behoeften en er wordt hoog inzet op actief ouder worden[1]. Met andere woorden, ouderen worden maximaal ondersteund op vlak van participatie, veiligheid en gezondheidszorg als een garantie voor hun welzijn. Ook de Vlaamse regering heeft het begrip ‘leeftijdsvriendelijke omgevingen’ op de agenda gezet. In haar beleidsnota ‘Vlaams Ouderenbeleid 2014-2019’ luidt het argument dat ze een mogelijke oplossing zijn om de groeiende vereenzaming onder ouderen te lijf te gaan.

Het Waals Gewest zette als eerste deze beleidsadvisering op de politieke agenda. Ze lanceerde daarom in 2010 het plan ‘Bien vivre chez soi’. Dit bestaat uit een resem specifieke ondersteuningsmaatregelen voor ouderen, opdat ze langer thuis ondersteund kunnen worden. De Vlaamse Regering sprong iets later op de kar. In haar beleidsnota ‘Vlaams Ouderenbeleid 2014-2019’ is ‘leeftijdsvriendelijke omgeving’ een belangrijke toetssteen om de groeiende vereenzaming onder ouderen tegen te gaan. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest daarentegen, deed hetzelfde voor haar ‘Masterplan Woonzorg Brussel 2014-2020’ waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op een zorgzame wijk voor ouderen.

In het verlengde hiervan ligt ‘buurtgerichte zorg’ waar men vooral de nadruk legt op kleinschaligheid en nabijheid op buurtniveau. Een plaats waar enerzijds mensen zich thuis voelen en de mogelijkheid hebben om sociale contacten te leggen, maar anderzijds ook waar directe hulp en zorg beschikbaar zijn in de buurt voor wie het nodig heeft. De buurtbewoners steken hier zelf de handen uit de mouwen. Ze helpen elkaar daar waar nodig, maar worden hierin gestimuleerd en ondersteund door het beleid. De idee is om de ouderen en hun omgeving te versterken in plaats van de nadruk te leggen op hun hulpbehoevendheid.

Bras dessus Bras dessous

Bras dessus bras dessous’ is een voorbeeld van hoe buurtgerichte zorg praktisch ingevuld wordt. Deze non-profit organisatie wil ouderen actief betrekken in de samenleving. Bras dessus bras dessous wil thuiswonende ouderen uit hun isolement halen vanuit het draagvlak van de buurt, dus met de hulp van vrijwilligers en buren.

Vrijwilligers en buren spenderen enkele uren per week aan het helpen van een kwetsbare en minder mobiele buur. Een boodschap doen, bijvoorbeeld, of de planten water geven, of gezelschap houden, … . Bovendien zorgen ze ervoor dat de geïsoleerde oudere opgenomen wordt in het buurtnetwerk door hen informatie te geven over wie in zijn/haar omgeving nog bereid is om een handje toe te steken (formeel en informeel) en hen te betrekken bij de activiteiten die er in de buurt plaatsvinden.

Er loopt een proefproject in Vorst waarbij eenzame ouderen contact kunnen opnemen met de organisatie en uitgenodigd worden om hun specifieke behoeften in kaart te brengen. De organisatie gaat vervolgens op zoek naar mogelijke oplossingen. Ze doet dit door de persoon in kwestie te koppelen aan een andere buurtbewoner die beantwoordt aan het gezochte ‘burenprofiel’ en organiseert een ontmoeting tussen beiden.

Het kleine helpen

De buurman die aansluit bij dit burennetwerk van wederzijdse ondersteuning, krijgt de nodige opleiding en begeleiding om zijn rol zo goed mogelijk te vervullen. Zijn betrokkenheid bij het netwerk hangt sterk af van zijn persoonlijke beschikbaarheid en voorkeur. Zo kan hij verschillende taken uitvoeren zoals boodschappen doen of een praatje slaan.

‘Mijn ouders zijn zelf op leeftijd en ik ben me bewust van hun dagdagelijkse zorgen. Wat Bras dessus bras dessous zo uniek maakt, is dat een netwerk van personen wordt geweven rondom de ouderen. We doen kleine diensten die op zich niet veel tijd kosten, maar die een wereld van verschil kunnen maken’

, zegt Cédric, vrijwilliger bij Bras dessus bras dessous.

Céline Rémy, de oprichtster van het initiatief, benadrukt dat het niet alleen de bedoeling is om de eenzaamheid van ouderen te doorbreken, maar ook om nieuwe, intergenerationele banden te smeden tussen buren via een solidair netwerk. Hierbij hoopt men de sociale buurtcohesie een duwtje in de rug te geven, want de buurt en de dienstverlening zijn twee zijden van hetzelfde muntstuk: ze gaan arm in arm.

[1] ‘Actief ouder worden’ of ‘active ageing’ verwijst niet enkel naar de mogelijkheid om fysiek actief te zijn, maar tevens naar de continue participatie op sociaal, economisch, cultureel, spiritueel en burgerlijk vlak. Dit vertrekt vanuit de idee dat ouderen een actieve bijdrage kunnen leveren aan hun familie, omgeving en gemeenschap.