Repair Together

In onze tijd vieren massaconsumptie en wegwerpproducten hoogtij. Ingebouwde veroudering – zowel qua functionaliteit als qua economisch nut – ligt aan de oorsprong van een almaar grotere afvalberg. Toch beginnen er alternatieven op te duiken voor een meer duurzame en verantwoorde consumptie. De Repair Cafés zijn er een voorbeeld van.

Geprogrammeerde overconsumptie

Ingebouwde veroudering (c) Patrick Doyon

De theorie van de ingebouwde veroudering dateert niet van gisteren: de oorsprong van het verschijnsel gaat terug tot de jaren 1920. Amerika komt net uit de oorlog en de economie is verzwakt. Ingebouwde veroudering wordt al snel een manier om ze te herlanceren. De Amerikanen, getraumatiseerd door de conflicten, houden hun spullen te lang bij. De mensen ertoe aanzetten om opnieuw te consumeren, lijkt de oplossing.

Bernard London, een vastgoedmakelaar uit New York, vermeldt in 1932 als eerste het concept van ingebouwde veroudering in zijn werk The New Prosperity. Hij breekt daarin een lans voor wettelijk toegelaten veroudering om de consumptie te stimuleren. Met de ecologische impact van overconsumptie wordt in het geheel geen rekening gehouden – het milieu is in die tijd geen thema van betekenis. Deze “list waarbij goederen hun normatieve levensduur bewust verminderd zien vanaf hun ontwerp, waardoor hun gebruiksduur beperkt wordt om zo de vervangingsratio te verhogen” wordt toegepast door het beruchte Phoebus-kartel[1]. De praktijk dateert dus niet van gisteren. Toch moeten we, onder meer gezien de effecten op het milieu, onze manier van consumeren herzien.

Hoewel voldoende voorbeelden de theorie staven, beschouwen sommigen ingebouwde veroudering als een mythe. Wat er ook van zij, initiatieven om oude of kapotte voorwerpen te recupereren en te herstellen verspreiden zich tegenwoordig over België en Europa. De Repair Cafés zijn daarvan een mooi voorbeeld.

Van mythe naar actie

In 2009 besluit Martine Postma, een vroegere Nederlandse journaliste, haar steentje bij te dragen in de strijd tegen overconsumptie. Wanneer je mensen helpt om zelf kapotte voorwerpen te herstellen, kan dat leiden tot een blijvende vermindering van huishoudelijk afval, stelt ze vast. Zo ziet het eerste Repair Café het levenslicht in Amsterdam. Het principe: je gaat met je beschadigde product naar een plaats waar je hoopt dat vrijwillige “herstellers” het nieuw leven kunnen inblazen. Van kleine elektrische toestellen tot naaiwerk: heel wat ambachtelijke beroepen worden in ere hersteld. En nog meer voorwerpen krijgen een tweede leven.

Het concept kent al snel succes. Het verspreidt zich in het binnenland en trekt niet veel later de grens over. Nu zijn er meer dan duizend in de wereld. België staat op het derde trapje van het podium met meer dan 210 geregistreerde initiatieven over het hele land, waarvan een twintigtal in Brussel. België was daarenboven het eerste land dat het concept vanuit Nederland exporteerde.

Netwerk Bewust Verbruiken in Vlaanderen

Netwerk Bewust Verbruiken in Vlaanderen

Het idee is dus eenvoudig: een lokaal, een team van vrijwilligers, koffie en koekjes – klaar. In de praktijk komt er natuurlijk wat meer organisatie bij kijken. Het is niet altijd eenvoudig om alle vereiste elementen bij elkaar te krijgen om een sessie te doen slagen. Maar met de expertise die ze de laatste jaren heeft verworden, staat Martine Postma ondertussen aan het hoofd van een Stichting die de informatie centraliseert die je nodig hebt om een eigen initiatief te lanceren. Een starterskit – te downloaden in ruil voor een vrijwillige bijdrage[2] – geeft het project een eigenheid (logo, panelen, standaardaffiches) en legt uit hoe je in je eigen wijk een Repair Café kan openen. Maar er is meer, want Repair Together, de Belgische partner van de stichting Repair Café, biedt een gratis kit op maat van België met opleidingen en informatie,…

Repair Cafés in Brussel en Wallonië

De Repair Cafés willen de afvalberg verkleinen die onze planeet overwoekert. Daarom bieden ze niet alleen de mogelijkheid om kapotte voorwerpen een tweede leven te schenken, maar werken ze vooral in een geest van delen, uitwisselen en sociale verbinding. Kansarme consumenten komen hulp zoeken, maar werken ook mee aan de herstelling van hun voorwerp. Zo kunnen ze het later wellicht alleen herstellen. Op die manier ontmoeten mensen elkaar en worden de vaardigheden benut die iedereen te bieden heeft. Je zou je kunnen afvragen of deze gratis diensten geen schade berokken aan professionals, maar het antwoord daarop is negatief: de vrijwilligers verwijzen graag door naar de juiste kanalen wanneer nieuwe herstellingen noodzakelijk zijn.

Er speelt meer dan het ongemakkelijke idee dat men ons dingen zou kunnen verkopen met een beperkte levensduur. Vandaag hebben we ook te maken met een gigantische milieu-uitdaging. Sinds de industriële revolutie was ons productie- en consumptiemodel bijna uitsluitend lineair, maar nu laten de grenzen van de hernieuwing van ons milieu zich meer en meer voelen. Door onder meer de uitputting van natuurlijke rijkdommen, de exploderende wereldbevolking en de klimaatopwarming moeten we hoogdringend de manier herbekijken waarop we produceren en consumeren en onze aandacht vestigen op de circulaire economie.

Op naar een solidaire en circulaire economie

De Repair Cafés voelen de tijdsgeest feilloos aan, net als de nood aan verandering die ermee gepaard gaat. De circulaire economie is geen nieuw concept, maar de solidaire economie is zich nog maar enkele jaren aan het ontwikkelen – als antwoord op de nood aan een meer democratische aanpak. Meer en meer initiatieven mikken op duurzaamheid en ethiek als pijlers van een activiteit. Materiële winst komt pas op de tweede plaats, na de wil om de sociale verhoudingen te verbeteren.

Op het kruispunt van deze twee soorten economie, van deze twee vormen van maatschappelijke organisatie, bevinden zich de Repair Cafés: ze vechten tegen verspilling en overmatig afval, terwijl ze tegelijk vaardigheden delen en lokale diensten promoten. Dat experiment leidt tot ontmoetingen en uitwisselingen, maar is ook verrijkend voor de deelnemers. Het sterk uiteenlopende publiek – van student tot gepensioneerde – komt er samen om te delen.

Een Repair Café in uw buurt of meer informatie vindt u via Netwerk Bewust Verbruiken voor Vlaanderen en Repair Together voor Wallonië en Brussel.

[1] Tussen 1924 en 1935 werken verschillende bedrijven samen om de productie en verkoop van gloeilampen te controleren, waarbij ze het aantal gebruiksuren beperken. Het project mislukt uiteindelijk, maar het is het eerste grootschalige initiatief op het vlak van ingebouwde veroudering.

[2] https://repaircafe.org/starten/